SER advies over ZZP’ers

Belangrijke ontwikkelingen voor ZZP'ers met betrekking tot hun ondernemerschap: Op 23 november 2010 publiceerde de Sociaal Economische  Raad het Ontwerpadvies 'Zelfstandigen en Arbeidsomstandigheden'. Wij zijn van mening dat deze informatie interessant is voor alle interim-managers en interim-professionals. De inleiding van de SER en de samenvatting van het ontwerpadvies is hieronder integraal overgenomen.

 
Alle werkenden, werknemers of zzp’ers, moeten gelijke arbeidsomstandigheden hebben. Dat houdt in dat voor iedereen die arbeid verricht dezelfde gezonde en veilige grenswaarden moeten gelden, zoals voor geluid of voor fysieke belasting. Daarnaast moeten zzp’ers zich goed rekenschap geven van de risico’s die de werkzaamheden met zich mee kunnen brengen, zodat zij tijdig preventieve maatregelen kunnen nemen. Dat staat in een ontwerpadvies van de SER. Het is een aanvullend advies op het Advies zzp’ers in beeld: een integrale visie op zelfstandigen zonder personeel van 15 oktober 2010.
 
Samenvatting
In dit advies gaat de SER in op de vraag hoe gerealiseerd kan worden dat zzp’ers onder gelijke arbeidsomstandigheden werken als werknemers. Hij concludeert dat er aanleiding is meer onderdelen van de arboregelgeving op zelfstandigen zonder personeel van toepassing te verklaren.
De raad vindt dat bepalingen in de arboregelgeving met concrete normatieve grenswaarden en/of procesnormen die ertoe strekken een grenswaarde te bepalen (de zogenoemde doelbepalingen), onverkort van toepassing moeten zijn op ieder die arbeid verricht; dus ook op zzp’ers.
 
De consequentie daarvan is dat zzp’ers zich moeten houden aan die bepalingen en in dat opzicht maatregelen moeten treffen. Daarmee ontstaat een gelijk beschermingsniveau én wordt concurrentie op arbeidsomstandigheden voorkomen.
De algemene beleidsbepalingen in de arboregelgeving (de zogenoemde systeembepalingen) gaan echter voor een belangrijk deel uit van de aanwezigheid van een arbeidsrelatie tussen werkgever en werknemer. Het onverkort van toepassing verklaren van deze bepalingen op zzp’ers kan volgens de raad tot ongewenste effecten leiden en in sommige gevallen tot onevenredige administratieve lasten.
Gelet op het uitgangspunt van de raad over een gelijk beschermingsniveau, vindt de raad dat de strekking van twee systeembepalingen wel van toepassing zou moeten zijn op zzp’ers. Dit betreft de artikelen 3 (algemene zorgplicht) en 5 (het voeren van een arbobeleid en risico-inventarisatie en –evaluatie (RIE). De raad vindt dat zzp’ers niet een uitgebreide RIE hoeven op te stellen. Wellicht kunnen zzp’ers gebruik maken van digitale instrumenten die ontwikkeld zijn voor kleine bedrijven of het instrument van de zogenoemde Last Minute Risk Analysis (LMRA).
 
Het kennis nemen van de arboverplichtingen en daarmee in de praktijk rekening houden is volgens de raad op te vatten als een invulling geven van artikel 5 Arbowet.
De overige systeembepalingen voegen naar het oordeel van de raad geen extra’s toe voor veilige en gezonde arbeidsomstandigheden van zzp’ers. Met uitzondering van artikel 9 over de melding van ernstige en dodelijke ongevallen aan de Arbeidsinspectie, vanwege het belang daarvan voor mogelijk onderzoek naar ongewenste risico’s dan wel onveilige werkwijzen. Een registratiesysteem bij zzp’ers vindt de raad overigens niet zinvol.
De raad beklemtoont ten slotte het belang van het vergroten van het veiligheids- en gezondheidsbewustzijn van zzp’ers. Aandacht zal moeten worden geschonken aan voorlichting aan, opleiding van en handhaving bij zzp’ers.
 
Klik hier voor het gehele rapport.